De grenzen van onze beschaving

Kinderen van nu krijgen het - materialistisch gezien - niet vanzelfsprekend beter dan wij, hun ouders. Laten we eens aannemen dat de grenzen van de welvaart (in geld uitgedrukt) bereikt zijn. Waar moeten we ons dan de komende jaren op richten?
Ik denk steeds meer na over de maatschappij waarin we leven. Over het dorp, het land, de wereld. Over de maakbaarheid van onze leefomgeving. Over kinderen die getraumatiseerd raken als je ânee, dat kan/mag nietâ tegen ze zegt. Over verspilling. Over hoe we met elkaar omgaan. Over anarchisten die democratische spelregels aan hun laars lappen en geweld gebruiken tegen medemensen en hun bezittingen. Over egocentrisme en onverdraagzaamheid. Over de eigen bijdrage, hoe beperkt dan ook, aan een samenleving waar respect gewoon is en geen uitzondering. En niet in de laatste plaats: over het opeisen van rechten zonder kritische reflectie op de verplichtingen die daar tegenover moeten staan. Hoewel ik voortdurend op zoek ben naar kennis van de werkelijkheid en het zijn, realiseer ik mij dat ik eigenlijk steeds minder begrijp van de wereld om mij heen.

Wereldwijd leven mensen in erbarmelijke omstandigheden, geteisterd door oorlogen, onderdrukking of armoede. We plegen roofbouw op de planeet aarde. Waar politici praten over te nemen klimaatmaatregelen, zien we in opkomende landen een groeiende behoefte aan consumptiegoederen en dus toename van energieverbruik. Inspanningen tot milieubewuster handelen in Europa zijn wereldwijd veelal slechts een druppel op een gloeiende plaat. Wat te denken immers van de bijdrage van grote mogendheden als de VS, Rusland en China?
Onlangs pleitte een GroenLinkser in Pauw voor een belasting op plastic. Dat zou de producenten dwingen andere verpakkingen te maken. Volgens mij een grove overschatting van de werkelijkheid. Dit zal alleen maar leiden tot âmeer overheidâ en het vertrouwen in de regulerende overheid is toch al niet groot. Beter is het dat we als consument zelf ons gedrag wijzigen. Geen producten meer kopen die onze leefomgeving naar de kloten helpen. De vraag moet het aanbod bepalen, niet de overheid. 
Toegegeven: het zal een kwestie van de lange termijn zijn en die tijd hebben we eigenlijk niet. En als subsidies op milieuvriendelijker vervoer (stekker- of hybride auto's) leiden tot sjoemelen bij producenten of consumenten dan wel tot het uitbannen van vervuilende auto's die vervolgens naar Polen gaan om daar vrolijk verder te puffen, is er meer dan een gedragsverandering nodig.
Tegelijkertijd zullen we onze mobiliteit misschien wel moeten gebruiken om meer in contact te komen met andere culturen. Niet om de eigen behoeften te bevredigen of met de vinger te wijzen en onwrikbare meningen te uiten maar om te luisteren en wederzijds begrip of aanpassing na te streven. Zoiets gaat niet via social media. Daardoor ontstaan per definitie juist steeds minder nuanceringen en steeds meer tegenstellingen. Dat alles is best een tour de force, maar we zullen er beslist over na moeten denken.

Ik ben van mening dat er op relatief korte termijn een omwenteling zal plaatshebben. Het ikke-ikke, de rest kan stikke zal plaatsmaken voor verdraagzaamheid en meer solidariteit jegens anders denken en anders zijn. Een duurzame samenleving ontstaat niet vanzelf en gaat niet alleen om fysieke zaken. We zullen ons meer op onze leefomgeving moeten richten: meer aandacht voor elkaar, voor ouderen met minder mobiliteit, minder verspilling en minder milieubelasting. Steeds minder productieve mensen die de consumptie van steeds meer niet-productieven moeten ophoesten? Dat gaat 'm niet worden. We zullen de welvaart anders moeten verdelen.
Kortom: minder en anders is wel degelijk een optie. De grenzen van onze beschaving zijn zowel letterlijk als figuurlijk nabij. En ik ben beslist geen moraalridder.
advertentie

Lees ook deze artikelen