Brand Museumboerderij: 'Grootste drama in onze geschiedenis'

Strijdbaar en tegelijk even uit het veld geslagen. Veel vrijwilligers van de Meierijsche Museumboerderij in Heeswijk-Dinther komen de ochtend na de brand kijken naar de schade.

Eén ding weten ze zeker: het ontvangstgebouw gaat opnieuw gebouwd worden.

Hans van Sleuwen is al jaren voorzitter van de Meierijsche Museumboerderij. De ochtend na de brand kijkt hij naar de resten van het gebouw wat afgebrand is. “Dit is het grootste drama dat wij in de geschiedenis van de Museumboerderij hebben meegemaakt. Dat doet je wat. Het is ons kindje. Het is mijn grootste hobby. Bijna waren we onze hobby kwijt.”

De brand van zondagnacht verwoestte het ontvangstgebouw van het museum. De oude achttiende-eeuwse boerderij bleef gespaard. Vrijwilliger Ad van Zandbeek was snel bij de brand. “De vlammen sloegen uit het dak”, vertelt hij. “Het was één groot circus met brandweer.”

Heel veel mooie dingen zijn we kwijt.

• Hans van Sleuwen

Maandagochtend is hij weer bij de boerderij. Hij heeft misschien twee uurtjes geslapen. “Je krijgt hier de tranen van in je ogen. Heel veel mooie dingen zijn we kwijt. Het gebouw zijn we kwijt. Maar ook alles wat er in staat.”

Het ontvangstgebouw was niet alleen de plek waar mensen binnen kwamen. Er stonden ook bijzonder stukken tentoongesteld. Waaronder de relikwieën van de heilige Cunera, onder andere een medaillon met daarin de botresten van de heilige. “Maar ook oorkondes van 250 jaar oud die verzegeld zijn door de Paus. Dat is allemaal verloren”, zegt van Sleuwen.

Maar we gaan absoluut de boel weer herbouwen.

• Hans van Sleuwen

Het verlies van het gebouw komt hard aan bij de 75 vrijwilligers. Het museum begon net weer lekker te draaien. “We hebben door corona een jaar stilgelegen”, vertelt de voorzitter. “We draaiden weer lekker. Al onze vrijwilligers zijn er nog. Er is niemand door corona overleden. En dan ‘boem’, ineens dit.”

“Maar we gaan absoluut de boel weer herbouwen”, zegt van Sleuwen vastbesloten. “We krijgen van alle kanten hulp aangeboden. Dan merk je dat we gewaardeerd en gedragen worden.”