Het opbouwen van de Bossche kermis is voor kermismeester André net puzzelen voor gevorderden

De Bossche kermis strijkt voor het tweede achtereenvolgende jaar neer op de parkeerplaats bij de Brabanthallen. Kermismeester André Vonk is dezer dagen maar druk met alle voorbereidingen.

‘Turbo op de turbo’, ‘oh lalala’, ‘alweer een winnaar’: vanaf vrijdag klinken er tien dagen lang weer de nodige kermisklanken in Den Bosch. En voor het tweede jaar vindt de coronaproof kermis niet plaats in het centrum, maar op de parkeerplaats bij de Brabanthallen. Maar er zijn wel wat dingen veranderd ten opzichte van de editie van vorig jaar, legt André Vonk van bureau De Kermisgids uit. (Tekst loopt door onder video.)

Schuiven

“Doordat de testlocatie hier staat, hebben we de ingang aan de andere zijde. Dat betekent dat je met een aantal zaken moet gaan schuiven, omdat uiteindelijk een gebak- of een zuurstokkenkraam bij de in- of uitgang moet staan. Mensen willen die meenemen zodra ze naar huis toe gaan."

Ook de exploitanten zelf – zoals Christian Brunselaar van Bowling Palace – hebben de nodige werkzaamheden voor de boeg. “Het waterpas zetten, de bevoorrading weer in orde maken en daarna weer beginnen met schoonmaken en alle lampjes nakijken.”

Wens


Maar die moeite hebben de exploitanten er graag voor over om in Den Bosch te kunnen staan, want ook dit jaar was het aantal kermissen  door de coronamaatregelen namelijk weer minimaal, benadrukt Frits Geven, de exploitant van de suikerspinkraam.

“We hebben vijftien maanden stilgestaan. Tussendoor hebben we wel iets gedaan, maar véél te weinig, veel te weinig. We kijken er naar uit om open te mogen en ik denk dat het helemaal goed gaat komen. Als het weer een beetje meespeelt, voorzie ik geen problemen.”

Ook Vonk kijkt uit naar de kermis bij de Brabanthallen, al verwacht hij dat volgend jaar de binnenstad weer het decor vormt. “Daar ga ik wel van uit. Ik kan me niet voorstellen dat de wens van de gemeente Den Bosch anders is dan in de binnenstad te willen zijn. De kermis in Den Bosch hoort in de binnenstad.”