Molens volgen biologisch voorbeeld van Desiré nog niet vanwege 'te strenge eisen'

De molen Desiré in Megen kreeg als eerste molen in de regio het certificaat biologisch. Andere molenaars hikken aan tegen de strenge eisen voor het keurmerk. Onterecht, vindt molenaar Jan Graste.

Graste roept andere molenaars op het voorbeeld van biologisch produceren te volgen. “We zijn nu voortrekker in de omgeving. Iemand moest de eerste zijn. Hopelijk komen er meer molenaars die er zo over denken.”

Behalve het gebruikmaken van biologische tarwe, is een andere eis voor het keurmerk van de Europese organisatie SKAL een goede boekhouding. Elk product dat binnenkomt en uitgaat moet bijgehouden worden. “Aanvankelijk dacht ik dat het een bult werk zou worden. Het blijkt makkelijk te doen. Het was vooral het inrichten. Nu het is ingericht, hoeven we het alleen nog maar te onderhouden.”

Niet alleen maar draaien voor de prins

De Megense molen maalt zo’n 2000 kilo per jaar. Dat is niet veel in vergelijking met andere, grotere molens. Maar lang niet alle molens werken met een biologische productie. “Ik vind wel dat het ambacht in stand gehouden moet worden. Niet alleen het draaien van de wieken, maar daadwerkelijk malen.”

'Laat de bubbels maar komen'

Graste is enthousiast over het behalen van het certificaat van SKAL: “Dit is fantastisch, laat de bubbels maar komen. Je hebt er tenslotte een behoorlijke tijd aan gewerkt en behoorlijk intensief.” Desire was ruim driekwart jaar bezig om de erkenning te krijgen.