Osse fracties botsen met SP over extra financiële ondersteuning

De extra financiële ondersteuning waar raadsfracties in Oss recht op hebben, kan naar eigen inzicht worden besteed. Het hoeft niet alleen voor scholing te worden gebruikt. Daar ging wel een flinke discussie in de raad aan vooraf.

Volgens de Gemeentewet heeft iedere partij recht op fractieondersteuning. Oss wil daar jaarlijks 2000 euro per partij en daarnaast 100 euro per raadslid voor uittrekken. Een amendement over een soepelere regeling voor de besteding van dat geld, werd donderdagavond in de Osse gemeenteraad ingediend door 7 fracties. 

De SP ging als enige partij niet akkoord met het voorstel. Volgens die partij is extra geld overbodig omdat raadsleden al een vergoeding krijgen van zo’n 1000 euro netto per maand. Ook kunnen zij al een beroep doen op ambtelijke ondersteuning, aldus de SP. “Politiek werk is vrijwilligerswerk, en het valt niet aan de burgers uit te leggen dat belastinggeld op deze manier wordt uitgegeven”, aldus Bas van der Voort van de SP. Die vroeg zich ook hardop af of het geld wel op de juiste manier zal worden besteed. Ook sprak hij over ‘achterkamertjespolitiek’ omdat er ineens een amendement op tafel lag, en zei hij een goede inhoudelijke discussie gemist te hebben.

‘Geen zakkenvullers’

Hilde de Wit van de VVD wilde in ieder geval afstand nemen van de suggestie dat het geld zou worden besteed aan het ‘spekken van de partijkas’. En Hennie van der Wal van Beter Oss noemde de bijdrage van de SP zelfs ‘schofterig’, omdat Van der Voort het beeld zou oproepen dat de partijen ‘zakkenvullers en bedriegers’ zijn.

De andere partijen vinden extra financiële steun dus wel op zijn plaats omdat de taken van raadsleden steeds omvattender en complexer worden. Bijvoorbeeld omdat Oss op weg is boven de 100.000 inwoners uit te komen. Ook door decentralisaties en regionale samenwerkingsverbanden komt er meer op het bordje van raadsleden terecht. Door de aanpassing van het voorstel hoeven partijen het geld dus niet alleen aan scholing uit te geven. Wel moeten ze achteraf kunnen verantwoorden waar het aan is besteed.