Zorgcentrum Heelwijk in Heesch in quarantaine na corona-uitbraak: 'Situatie nog steeds zorgelijk'

Een afdeling in zorgcentrum Heelwijk, de locatie van Brabantzorg in Heesch, is zwaar getroffen door een corona-uitbraak. Het gaat om de afdeling 'Kleinschalig wonen', waar mensen met dementie wonen.

Nadat op zondag 24 januari de eerste besmetting werd geconstateerd, zijn volgens Brabantzorg zeker twintig van de in totaal dertig bewoners en een aantal medewerkers positief getest. Inmiddels zijn er ook enkele bewoners overleden aan de gevolgen van COVID-19.

Omdat zoveel bewoners positief getest zijn, wordt iedereen behandeld alsof diegene besmet is. Bewoners die negatief getest zijn en die toch klachten ontwikkelen, worden wel nog getest. Twee derde van de bewoners is besmet en mede daarom is er besloten om de afdeling te sluiten voor bezoek, tenzij het gaat om familie die een bewoner bezoeken die zich in de terminale levensfase bevindt.

Ontzettend triest

Door de positieve tests onder personeel, worden er ook medewerkers vanuit andere Brabantzorg-locaties ingezet in zorgcentrum Heelwijk.
“De situatie is nog steeds zorgelijk”, benadrukt Annemarie van Daalwijk namens Brabantzorg. “Het is allemaal ontzettend triest. Het gaat om mensen met een erg hoge leeftijd, vaak boven de 80 of 90 jaar, met dementie, die vorige week gevaccineerd zijn. Zij zouden twee prikken moeten krijgen, maar die tweede prik wordt nu uitgesteld. Wij kunnen nu niks doen, behalve in nauw contact blijven met de GGD, mensen zorgvuldig verzorgen en bewoners zorgvuldig verzorgen de zorg bieden die ze normaal gesproken mogen verwachten.”

Dat er juist op de afdeling waar mensen met dementie wonen een grote hoeveelheid besmettingen is geconstateerd, was volgens Van Daalwijk onvermijdelijk: “We kunnen er helaas niks aan doen. Er is natuurlijk wel aandacht voor de maatregelen, maar de bewoners kunnen zich vanwege hun dementie daar niet altijd aan houden. Ze wónen echt op de locatie en blijven niet op hun kamer zitten met de deur op slot. Ik vrees dat dit niet te voorkomen was.”